Chemie wil ketens sluiten

ENERGIETRANSITIE
15/03/2018

Met de Routekaart 'Chemistry for Climate' die de VNCI 8 maart 2018 presenteerde, wil de chemische industrie zichzelf opnieuw uitvinden. Colette Alma, directeur bij het Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), pleit voor een focus op 2050, inzet op alternatieve grondstoffen en een gesloten koolstofkringloop. Dat vergt samenwerking – niet alleen binnen de chemie, maar ook met de energiesector en de agrarische industrie. Plus: een actieve overheid.

Om in 2050 80 tot 95 procent minder broeigassen uit te stoten, moet de chemische industrie snel maatregelen nemen. Met de presentatie van de Routekaart Chemie 2050 'Chemistry for Climate; acting on the need for speed' toonden consultancybureaus Ecofys en Berenschot wat dat oplevert. Door nu sterk in te zetten op biomassa, hernieuwbare elektriciteit en het sluiten van de koolstof-kringloop, denken ze, is het mogelijk om die reductie te behalen terwijl de toegevoegde waarde van de chemische industrie blijft groeien met 1 procent per jaar. Daarvoor moet wel intensief samengewerkt worden met de overheid en partners als de energiesector, benadrukt Alma.

Slimme clusters

Net als de routekaart 2030, is de nieuwe studie gebaseerd op een uitgebreide analyse van verschillende 'oplossingsrichtingen': het vergelijkt de te verwachten kosten en impact van alternatieve voedingen zoals biomassa, elektricatie met hernieuwbare elektriciteit en het sluiten van de koolstof-kringloop, zoals het recyclen van plastics en hergebruiken van CO2 (CCU). Bedrijven kunnen daarin samenwerken, bijvoorbeeld door de reststromen van de een te gebruiken als grondstof voor de ander. Bio-raffinaderijen zouden dan in de buurt van chemische industrie geplaatst moeten worden.

Ook omstreden oplossingen als het opslaan van CO2 (CCS) worden doorberekend, vertelt Alma, maar dat wil niet zeggen dat ze ook gebruikt moeten worden. 'Om de nieuwe doelstellingen te bereiken, hebben wel veel ingrijpender maatregelen nodig dan in de Routekaart 2030', denkt ze, 'welke dat zullen zijn, kunnen we nu nog niet voorspellen.' De routekaart mag dan een indicatie geven van wat de verschillende methoden nu zouden kosten en opleveren, maar door technologische ontwikkelingen en wisselingen in de CO2-prijs, kan dat nog sterk wisselen.

Focus op 2050
Afhankelijk van de omstandigheden, kan een techniek om CO2 onder de grond op te slaan op korte termijn nog goedkoop lijken, maar op lange termijn minder opleveren dan een techniek als CCU, waarbij CO2 juist als grondstof wordt gebruikt en dus geen geld kost, maar geld oplevert. Werd kort geleden nog gedacht dat het hergebruik van CO2 onbetaalbaar was, inmiddels is het omzetten van CO2 naar stoffen als polyolen relatief goedkoop, en kan je het voor 168 euro een ton CO2 in een basisgrondstof als ammoniak omzetten. Omzetting voor veelgebruikte basisstoffen als ethyleen of propyleen komt nu nog op ongeveer 300 euro, maar ook die prijs kan sterk dalen naarmate de technologie verbetert en de schaalgrootte toeneemt.

Om te voorkomen dat je je vastlegt op technieken die op langere termijn niet concurrerend zijn, heeft Alma een sterke voorkeur voor een aanpak waarbij bewezen effectieve korte termijn maatregelen gecombineerd worden met technologieën die ook na 2050 veel kunnen opleveren. Vaak zijn dat methoden die nu nog in een experimentele fase verkeren. Tot het punt waarop ze commercieel betrouwbaar zijn, zou de overheid daarbij een belangrijke rol moeten spelen: bijvoorbeeld door het stimuleren van innovatie, en bijdragen aan grootschalige pilots en demonstratieprojecten en de infrastructuur die nodig is om hernieuwbare energie, reststromen en biomassa uit te wisselen.

280 PJ aan biomassa
Om te kunnen blijven produceren zal de chemie daarnaast moeten overschakelen van grondstoffen uit fossiele bronnen op grondstoffen uit duurzame biomassa. In het transitiepad dat de VNCI voor ogen heeft, al in 2050 280 PJ aan duurzame biomassa nodig, naast 170 PJ aan hernieuwbare elektriciteit. Biomassa is relatief goedkoop en makkelijk, weet Alma, maar gezien de schaarste aan duurzame grondstoffen, kan het op lange termijn beter voor grondstoffen gebruikt worden, en niet voor de energievoorziening. Een deel van de biomassa kan uit Nederlandse restafval komen, verwacht ze, maar de chemische sector zal zelf ook een rol moeten nemen om die grondstoffen duurzaam beschikbaar te maken – bijvoorbeeld door samen te werken met de agrarische sector.

Zulke partnerschappen komen beide partijen ten goede, benadrukt de Routekaart: met nieuwe producten kan de chemische sector andere sectoren immers helpen ook aan hun doelstellingen te voldoen. Denk aan klimaatvriendelijke kunstmest die veel langer in de grond blijft, lichte metalen die het brandstofverbruik van voertuigen verminderen of batterijen voor elektrisch transport. Als het overheid en de sectoren lukt het onderling gesteggel achter zich te laten, denkt Alma, kan de chemische industrie het vliegwiel van de energietransitie worden. Kosten? 63 miljard euro: 26 voor investeringen in de chemische industrie, 37 miljard in het energiesysteem.